woensdag 9 april 2014

Droomvrouw I

Één uitwerking van een idee. Ik hoop binnenkort met een variant te komen.

Ik droomde weer van je vannacht. Ditmaal trof ik je op het strand, waar de wind je blonde haar om je gezicht deed slierten en het gelach van de meeuwen zich met het jouwe mengde. Het was een mooie dag, vannacht, die natuurlijk eindigde in bed, waar je uiteindelijk in mijn armen in slaap viel. Ik was gelukkig.

Ach, bestond je maar echt.

Toen ik vanochtend mijn ogen opende, meende ik je nog heel even te zien liggen, snel vervagend. Mijn verlangen speelt me parten.

Later.
Mijn dromen over jou wordt steeds realistischer, tastbaarder. In de nacht leid ik een leven met jou. Overdag mis ik je. En steeds vaker denk ik even dat je er bent, als ik nog niet goed wakker ben.

Later.
Ik droom inmiddels elke nacht van je, de hele nacht. Vannacht waren we stappen. We dronken, praatten, lachten en dansten. De wekker ging toen we toen we boven een glas (bier voor jou, wijn voor mij) bespraken of we een vroeg ontbijt bij de frituur zouden halen. En verdomd, toen ik mijn ogen opende dacht ik je nog te zien zitten, op mijn voeteneinde. Je knipoogde.

Later.
Het is echt zo. Je bent niet meteen weg zodra ik ontwaak. Even nog zie ik je liggen, staan of zitten. Doorzichtig en snel vervagend. Ik geloof niet dat ik het me verbeeld.

Later.
Ik kan het haast niet geloven. Je wordt echt. Toen ik gisteren mijn ogen opende keek ik in de jouwe. Aarzelend stak ik mijn hand naar je uit, legde mijn hand op je wang en streelde met mijn duim over je sproetjes. Ik voelde de warmte van je huid. Je blies me een kushandje toe voor je verdween.
En vanochtend hebben we samen ontbeten voor je weer terug ging naar de droomwereld waar je vandaan komt.
Je blijft steeds langer. Durf ik te hopen dat je ooit zult blijven?

Veel later.
Je bent er nu altijd. Al weken sta ik met je op en ga ik met je naar bed, en breng de tussenliggende tijd zoveel mogelijk met je door. Je lijkt nu echt van deze wereld te zijn. Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest.

Later.
Vanochtend vertelde je me dat je van me had gedroomd. We moesten lachen.

Veel later.
Nog steeds ben ik heel gelukkig met je. Maar verder gaat het niet zo goed met me. Op mijn werk kan ik mij slecht concentreren. Als ik 's ochtends wakker word realiseer ik me dat ik hele stukken van de avond daarvoor niet meer weet.

Later.
Je zei me dat je elke nacht van me droomt. Ik was gevleid, maar begrijp niet waarom je tranen in je ogen had.

Later.
Het wordt erger. Ik ben verstrooid, afwezig. Ik weet vaak niet meer wat we de vorige avond aten en wat we daarna deden.

Veel later.
Je vertelde me over je angst die waarheid wordt.
De ruil. Het evenwicht. De schuld die moet worden ingelost. Één persoon is van de droomwereld naar de echte gegaan, één andere persoon zal de reis de andere kant op maken.
Inmiddels weet ik van iedere dag niets meer na de ochtend. Ik word naast je wakker, we ontbijten samen, we brengen de ochtend samen door. Ik houd je hand vast tot je die voelt verdwijnen, en dan ben ik er de volgende ochtend pas weer. En in je dromen.

Later.
Blijf van me dromen.

1 opmerking: