donderdag 1 oktober 2009

Beukenlaantje

Liep ik met de hond naarbuiten
Langs rijen beuken, hoog en oud
De lage zon scheen licht en goud
Liet zich door het blad niet stuiten.

Het was nog zacht, zacht ging het waaien
Streelde meer blad nog van het hout
Sneeuwde een deken, roest en goud
Zocht zo het laantje met kleur te bezaaien.

Straks bleekt de kleur, de lucht wordt grijs
Strak steekt de zon door zwarte takken
De wind wast de wereld met vingers van ijs
Laat overal zijn witkille zuiverheid zakken
Tooit haar in bruidsjurk voor haar volgende reis
Zwart zit de hond in de sneeuw te kakken.

Nog ga ik door het lover, warm en goud.