zaterdag 20 mei 2017

Automatisch schrift

Het was niet zo druk als gehoopt bij de signeersessie maar dat viel wel te verwachten. Onze auteur Leon Zomers was niet meer zo succesvol als voorheen - critici grapten dat zijn carriere in zijn herfst was aanbeland, en dat het frisse nieuwe groen dat zijn vroegere proza kenmerkte verdorde. Ze hadden een punt. Leon bracht niets nieuws meer. Onze uitgeverij rekende er al niet meer op dat de vroegere verkoopcijfers gehaald zouden worden. Alleen een schandaal - of de dood van de schrijver - zouden hem misschien weer in de belangstelling brengen. Zoals het er nu naar uitzag zou Leons contract niet verlengd worden.

De locatie die we hadden uitgezocht was eigenlijk te groots voor de gelegenheid. Deze boekhandel had echter een trendsettende uitstraling en, wat meer was, had momenteel een afdeling ingericht voor boeken over het verre Oosten, inclusief decoratie. Dit paste mooi bij het thema van Leons laatste boek, De Geisha. Posters van de Chinese Muur, Aziatische markten en Japanse kastelen sierden de muren. Achter de tafel waaraan Leon zat te signeren waren twee katana’s opgehangen. Jammer genoeg had ik de cateraar niet kunnen overhalen om de bediening zich als geisha te laten verkleden.

De lokale pers die ik uitgenodigd had was in grote getale aanwezig, zag ik tot mijn vreugde. Voor de PR was dat belangrijker dan het aantal lezers. Ik zag zelfs een verslaggever van een landelijk blad. Blijkbaar was er niet veel echt nieuws te verslaan.

Het signeren was inmiddels een half uur onderweg. Het grootste deel van de aanwezige lezers had een boek met opdracht bemachtigd en stond in groepjes te praten. De catering ging met goedkope champagne rond. Leon zelf was in geanimeerd gesprek verwikkeld met een knappe vrouwelijke fan. Hij zag mij kijken en stak zijn duim naar me op. De sukkel.

Ik vond Martin, mijn collega van IT, bij de tafel met de hapjes. Zonder iets te zeggen tikte ik op mijn horloge.
“Wat vertraging opgelopen”, zei hij met volle mond. “Elk moment nu.”
Gerustgesteld liep ik weer richting Leon.

Een plotseling rumoer bij de ingang van de boekhandel. Ik hoorde geschrokken uitroepen en boze woorden, en dingen die omvielen. En een stem die er bovenuit schreeuwde: “Charlatan!” Het rumoer naderde onze afdeling snel, en plots stormde daar een man binnen. Hij had een rood aangelopen hoofd, zwaaide met zijn armen, en herhaalde nog eens: “Charlatan!” Daarbij wees hij naar Leon.

Het was Mulder. Harald Mulder - een voormalig schrijver van onze uitgeverij. Een paar jaar geleden zat hij in hetzelfde schuitje als Leon Zomers nu: teruglopende verkopen en werk waar de glans vanaf was. Wij hadden hem toen laten vallen en “ingeruild” voor Leon. Sindsdien had niemand meer van Harald gehoord. Men vermoedde dat hij aan lager wal en de drank was geraakt en we lieten die geruchten onweersproken. We hadden nog flinke onverkochte voorraden van zijn boeken liggen.

De interesse van de aanwezige journalisten was gewekt. Er gebeurde iets. Harald was luid tegen Leon aan het tieren. De woorden “charlatan” en “bedrieger” vielen regelmatig, hoewel het meeste van wat hij schreeuwde onverstaanbaar was. Harald zag een tikje bleek maar bleef rustig zitten, alsof dit hem allemaal niet aanging. Dat vleugje arrogantie zag ik graag in een schrijver. Uiteindelijk wist Harald er een paar coherente zinnen uit te persen.

“Ik weet nu wat er mis is met jouw boeken, Zomers”, brieste hij. “Ze zijn dood. Je plot is mechanisch, je beschrijvingen laten zich lezen alsof je een kikker aan het ontleden bent. Je landschappen zijn meetkundig correct - maar vooral je personages, Zomers. Je personages leven niet. Die zijn net zo levenloos als jij. Jij schrijft als een automaat want je leeft zelf niet echt.”
Hij hapte naar adem en Leon gebruikte de korte stilte om iemand van beveiliging - die zich tot dusverre netjes afzijdig had gehouden - te wenken.
“Kunt u dit parvenu alstublieft verwijderen?” vroeg hij.

Harald ontplofte.
“Ik laat me niet zo noemen door een dood figuur als jij!” schreeuwde hij. “Zombie! Stropop! Robot!” Hij liep om Leons tafel heen naar de muur waar de katana’s hingen en greep er een. “We zullen eens zien of er bloed of stro of draadjes in dat lijf van jou zitten!”
Voordat iemand goed en wel begreep wat er gebeurde haalde Harald uit. Vermoedelijk probeerde hij Leon te onthoofden, maar die deinsde achteruit waardoor hij werd opengereten van schouder tot onderbuik. Leon viel woordeloos voorover. Er vormde zich een plas om hem heen, die meer weg had van olie dan van bloed. Wie oplette zag een paar doorgesneden draden van onder zijn lijk uitsteken, die nog zachtjes vonkten.

De stille ontzetting maakte plaats voor hysterische paniek. Mensen gilden en liepen als een kip zonder kop door elkaar. In de verte hoorde ik sirenes. Ik liep naar Harald toe die volkomen verdwaasd, katana nog in de hand, naar zijn slachtoffer stond te staren.
“Ik wilde niet… ik bedoelde niet..” stamelde hij, toen hij mij zag.
Ik pakte hem bij zijn schouder.
“Kom maar even met mij mee”, zei ik, en leidde hem weg.
Martin stond achteraf in een hoek en knikte tevreden naar me. De verkopen zouden alle verwachtingen overtreffen.

“Ik wilde niet… ik weet niet wat er in me gevaren is”, stotterde Harald terwijl ik hem het kantoortje binnenleidde dat we voor deze gelegenheid gebruikten. Ik sloot de deur achter me.
“Ik wilde niet…”, herhaalde hij, “het was net alsof… iets in mijn hoofd dat me dwong dit te doen…”
“Maak je maar geen zorgen,” zei ik terwijl ik geruststellend op zijn rug klopte. Ik liet mijn hand even liggen terwijl mijn vingers naar het knopje tussen zijn schouderbladen tastten.
“Het komt allemaal in orde” vervolgde ik en zette hem uit.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen